Verklaring Woorden

Adel Keizer Schout
Baljuw Kerkmeester Schout-bij-nacht
Baron Koning Souverein
Bataafse Republiek Leenheer Souvereiniteit
Borgemeester Markgraaf Stadhouder
Burggraaf Markies Tienden
Dragonders Morgen Vazal
Drossaard of Dorst Prins Vierschaar
Elect Ridder Wapenschouw
Geuzen Ridderorde Watergeuzen
Graaf Ridderschap Wiel of wielen
Heerlijkheid Roede
Hertog Ruwaard
Hoge Vierschaar Schepenen

Adel:

Adel is een sociale groep die op grond van militaire prestaties, bijzondere functies of door geboorte een hoge positie bezit met bepaalde voorrechten en is meestal erfelijk. In 1795 werd in Nederland de adel door de Fransen afgeschaft. en in 1814 werd de adel hersteld.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Baljuw:

Zie Drossaard of Drost.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Baron:

Een baron is een adelijke titel en ligt tussen ridder en burggraaf in. Het was vroeger de hoogste edelen, direct onder de koning.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Bataafse Republiek:

De Bataafse Republiek was de officiële naam voor de Republiek der Verenigde Nederlanden na het vertrek van stadhouder Prins Willem V van Oranje-Nassau in 1795 naar Engeland tot aan de benoeming van Lodewijk Napoleon tot koning in 1806. De Bataafse Republiek sloot in 1796 een offensief en defensief verbond met Frankrijk en kwam in feite onder protectoraat van dit land. De Grondwet werd twee keer gewijzigd, in 1798 en 1801. De Bataafse Republiek kende aanvankelijk een uitvoerend bestuur van 5 directeuren, vervolgens een 'Staatsbewind' van 12 personen en tenslotte een eenhoofdig bestuur van Raadspensionaris R.J. Schimmelpenninck.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Borgemeester:

De borgemeester die is niet met onze huidige burgemeester te vergelijken. Voor de periode 1795 was een borgemeester iemand die in persoon garant of borg staat voor het innen van de belastingen binnen de heerlijkheid. Hij was verantwoordelijk voor de gehele financiËle dorps- heerlijkheidsadministratie. Borgemeester of schatheffer:
De gemeenten stonden o.a. in voor het onderhoud van wegen, bruggen, waterlopen, brandbeveiliging, enz. Ze haalden hun inkomsten uit een jaarlijkse heffing op de grond; heffing die hier 'schat' genoemd werd. Vandaar schatheffer. Er zijn nog al wat genealogen die met fierheid dat borgemeesterschap van een voorouder vermelden, alhoewel die meestal met tegenzin die functie 'moest' uitvoeren en vaak vele jaren na zijn schatheffers-jaar nog bezig was geld op te halen bij de wanbetalers. Eén borgemeester werd aangesteld door de heer, een ander door de gemeentenaren. Duurtijd van de functie: één jaar. Op de jaarvergadering, januari-februari werd de rekening van het voorbije jaar nagezien, de nieuwe borgemeester aangewezen, en de nieuwe schat vastgelegd. De borgemeesters kregen een vergoeding die in de gemeenterekening bij de uitgaven omschreven staat als: "borgemeesters schoengeld is..". Of :"Voor zijn gaan en staan:


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Burggraaf:

Een burggraaf is een edelman is maar een graadje lager is dan een graaf.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Dragonders:

Oorspronkelijk de Franse bereden infanterie of de lichte calaverie. De ongunstige bijbetekenis van dit woord gekregen door de Dragonnades, een maatregel van Lodewijk XIV om, van 1681 af, door inkwartiering weerspannige Hugenoten tot het katholicisme te bekeren. Tot 1867 bestond de naam ook in Nederland, daarna werd deze naam veranderd in Huzaren.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Drossaard of Drost:

Dat was oorspronkelijk een tafel dienaar maar later een kasteelbewaarder en was ook een rechtsprekende vertegenwoordiger van de kasteelheer in diens gebied. Drossaard of Drost werd ook wel baljuw genoemd.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Elect:

Een gekozen, maar nog niet gewijde bisschop.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Geuzen:

Zelfgekozen erenaam die oorspronkelijk als scheld- of spotnaam werd gebruikt. Geuzen waren een groep van opstandelingen die het tegen de Spanjaarden in Nederland opnam. Deze groep is voortgekomen uit een verbond van Nederlandse lage adel. Zij dienden in 1566 het Smeekschrift der Edelen in bij Landvoogdes Margaretha de Parma. Tijdens deze gelegenheid zou Graaf Charles van Berlaymont (1510-1578) tegen haar hebben gezegd:'Cé ne sont que des gueux', het zijn maar bedelaars. Gueux werd verbasterd tot Geuzen, dit werd hun erenaam.
De bekenste verovering van de Geuzen is die van Den Briel in 1572. De Geuzen waren Calvanisten die niet alleen vochten tegen de (katholieke) Spanjaarden maar ook tegen de Nederlandse rooms-katholieken. De Geuzen fanatieke houding viel slecht bij de Hollandse regenten, deze waren ook bang voor het verlies van hun macht aan "het stelletje ongeregelde Geuzen". Toen Prins Willem van Oranje-Nassau uiteindelijk de kant van de Staten van Holland koos verloren de Geuzen hun invloed. De Watergeuzen weken uit toen de Spaanse veldheer Alva in Nederland arriveerde. Het waren vloteenheden van vrijbuiters die zich bezig hielden met kaapvaart op de Noordzee. In mei 1568 probeerde Prins Willem van Oranje-Nassau deze nafhankelijke opererende vloten te verenigen tot een oorlogsmarine die zichzelf in stand kon houden en die de Nederlanden vanuit zee kon binnenvallen, dit ter ondersteuning van zijn, en zijn broers Lodewijk en Adolf , invalspogingen aan land. Op 10 juli 1568 versloegen zij onder leiding van Sonoy, Prins Willem's rechterhand, de 'Bourgondische vloot' op de Eems en redde daarmee een deel van Graaf Lodewijk van Nassau's troepen na de Slag bij Jemmingen.
De Watergeuzen hadden hun haven in Emden maar werden daar verjagen door de Graaf van Oost-Friesland en al snel werd het een stelletje ongeregelde vrijbuiters. Prins Willem van Oranje-Nassau verstrekte nu aan verschillende kapiteins commissiebrieven en stelde Dolhain tot hun Admiraal aan in de hoop dat voortaan de buit van hun plundertochten aan hem zou worden afgestaan, dit werd echter een teleur stelling. Dolhain werd vervangen door Lumbres die later vervangen werd door Lumey. Havens aan de Noord-Duitse, later aan de Oost-Engelse kust strekten de watergeuzen tot basis, van waaruit bepaalde groepen landgangen/plundertochten ondernamen. In 1572 werden zij door de Engelse regering verjaagt uit hun havens, wat leidde tot de overwinning op de Spanjaarden op 1 april 1572 in Den Brielle. Den Brielle is tevens de geboorteplaats van Admiraal Tromp.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Graaf:

Een graaf was oorspronkelijk een landsheerlijk ambtenaar die belast was met de opperste rechtspraak in een landschap en een graaf werd later in de tijd ook zelf landsheer. In Nederland is graaf het hoogste adellijke predikaat.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Heerlijkheid:

Een bepaald gebied met een overheidsgezag, verbonden aan een persoon, familie of stad. Te onderscheiden in hoge, met rechtspraak in halszaken, en lage Heerlijkheid met rechtspraak in civiele en kleine strafzaken. De schepenbank behandelde de strafzaken. De eigenaar van een Heerlijkheid had meestal ook de rechten.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Hertog:

Een hertog was bij de germanen de naam van de legeraanvoerde, later een stamhoofd, tegenwoordig een adelijke titel, in rang boven de graaf.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Hoge Vierschaar:

Een hoge jurisdictie.
De Hoge Vierschaar was een gerecht of hof bestaande uit een baljuw en een college van welgeboren mannen. In de tijd dat de graaf zelf nog rechtszittingen presideerde waren dit leenmannen van de graaf, maar later waren dit mannen gerekruteerd uit het respectabele en meestalgegoede deel van de bevolking.
De oorspronkelijke taak was het vertegenwoordigen van de graaf op het gebied van 'justitie en politie'. Ook waren zij bevoegd uitspraken te doen in zowel halszaken (waar lijfstraffen/ doodstraf op stonden) als boetstraffelijke zaken. In civiele zaken was de Hoge Vierschaar een college van hoger beroep. Verder vervulden zij wetgevende en bestuurlijke taken en inden zij bepaalde belastingen. Vier schaar is een stukje rechtssymboliek (net als het opstaan als de rechtbank binnenkomt, waarmee de vier banken werden bedoeld die de rechtbank omsloten en waarover ongetwijfeld een ban was uitgesproken, dat de rechters met eerbied behandeld moesten worden, niet mochten worden mishandeld etc. Het huidige woord rechtbank refereert er nog aan, hoewel de rechters gewoon stoelzitters zijn. Dit is dus een stukje symboliek.
De hoge vierschaar in delen van Holland, waartoe ook de noordelijke rand van Noord-Brabant van het westen van Den Bosch behoorde, behandelde enerzijds strafzaken waarop hoge straffen, doodstraf, verbanning en boetes stonden en anderzijds zaken in hoger beroep die voor de lokale banken hadden gelopen. Daarbij hadden ze kennelijk concurrentie van het hof van Holland. Het kon ook beroepsmogelijkheid voor de gevonniste zijn die het niet eens was met het vonnis van bijvoorbeeld een schepenbank. Maar afhankelijk van de tijdsperiode was het of het hoger beroep in eerste instantie de voorloper van het Gerechtshof, of het hoger beroep in laatste instantie op een vonnis van het Hof van Holland, dus de voorloper van de Hoge Raad der Nederlanden.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Keizer:

Keizer is de titel van de hoogste vorst.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Kerkmeester:

Een kerkmeester is een lekenlid van een rooms-katholiek kerkbestuur.
Een kerkmeester, ook wel rentmeester van de kerk genoemd, degene die namens de directeuren het dagelijkse financiële beheer van de kerk in handen had. Ze lazen ook wel eens belangrijke mededelingen in de kerk.


Koning:

Is een regerend vorst van een koninkrijk.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Leenheer:

Leenheer ook wel Vazal genoemd. Iemand die zich in de Middeleeuwen onder de bescherming van een machtig heer (meestal Koning of Keizer) gesteld had aan wie hij als tegenprestatie diensten bewees.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Markgraaf:

Zie markies.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Markies:

Markies is ook wel bekend als markgraaf. In de Karolingische tijd (rond 500) was een markies een bestuurder of legeraanvoerder van een grensgebied. Later werd het een vorstelijke of hoge adelijke titel. In 1581 werd het markizaat Veere aangekocht door Prins Willem "de Zwijger" van Oranje-Nassau (1533-1584). In België had men het markgraafschap Antwerpen dat al reeds voor 1008 bestond. In Engeland is de titel markies sinds 1442 in gebruik en ligt tussen graaf en hertog.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Morgen:

(Oppervlakte Maten)
Amsterdamse morgen = 600 vierkante roede = 0,8129 ha
Brielse, Voornse morgen = 2 gemet = 600 vierkante roede = 0,9183 ha
Gooise morgen = 800 vierkante roede = 0,9358 ha
Friese pondenmaat = 240 vierkante koningsroede = 0,3674 ha
Rijnlandse morgen = 8516 m2
Pruisische morgen = 2553 m2
Indonesische bau = 7096 m2
Oude Maten en gewichten

Klik en ga naar boven zijde pagina.

Prins:

Een prins is een koningszoon of een vorst van een prinsendom. Een gewest kon tot een prinsendom veheven worden door de keizer.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Ridder:

Is een te paard strijdend krijgsman, hetzij van adel, hetzij afkomstig uit de stand der onvrijen die belangrijke functies hadden bekleed, de zogenaamde ministerialen. Zij werden van jongs af aan geoefend in het paardrijden en het vechten, eenmaal meederjarig geworden werden zij ridder geslagen. Zij genoten speciale voorrechten. Indien zij berecht moesten worden, geschiedde dat door een rechtbank, samengesteld uit huns gelijken. Zij waren, als vergoeding voor hun militaire diensten die zij voor hun vorst verrichtten, vrijgesteld van het betalen van belastingen. De bijzondere ethiek van het ridderschap ontstond onder invloed van de kruistochten en hield onder meer in: de wereld zuiveren van onrecht en zorgen voor rust en vrede in kerk en koningkrijk. In de cultuur van het ridderschap nam de vrouwenverering een belangrijke plaats in, verder behoorde tot hun plichten onder meer bescherming van weduwen, wezen en armen, trouw aan de leenheer, een christelijke levenswandel. Sinds de twaalfde eeuw vormen zij een gesloten stand, de kern van een leger. Ridder is de laagst adelijke, erfelijke titel onder meer in Duitsland, Oostenrijk, Engeland en Nederland. De engelse titel 'knight' is persoonlijk en niet erfelijk.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Ridderorde:

1. Een adelijke broederschap met een mensenlievend en geestelijk doel, in de middeleeuwen gesticht. De bekenste zijn de Tempeliers (1128-1312), de Johannieter- of Maltezerorde (1130), de Duitse Orde (1198), de Balye van Utrecht, de Orde van de Kouseband (1348), de Orde van het Gulden Vlies, in 1429 te Brugge gesticht.

Klik en ga naar boven zijde pagina.
2. Een onderscheiding voor bepaalde belangrijke diensten, bij de wet of door het staatshoofd persoonlijk ingesteld. In Nederland kent men de Militaire Willemsorde (1815), de orde van de Nederlandse Leeuw (1815), de orde van Oranje-Nassau (1892) en de door Koningin Wilhelmina ingestelde huisorde van Oranje (1905). In België de Leopoldsorde (1832), de orde van de Afrikaanse Ster (1888) en de koninklijke orde van de Leeuw, welke beide speciaal werden ingesteld om diensten in Belgisch-Kongo te belonen. Verder de Kroonorde (1897) en de Orde van Lepold II (1900).
In de Rooms-Katholieke kerk zijn ook pauselijke ridderorden bekend, waarvan de Gregoriusorde (1831) en de Silvesterorde (1841) het meest bekend zijn.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Ridderschap:

Publiekrechtelijk stand der edelen in de standenstaat. In de Republiek der Verenigde Nederlanden vormde de ridderschap een der leden van de Statenvergaderingen. Het ridderschap werd in 1795, tijdens de Bataafse Republiek, opgeheven en in 1814 hersteld met het recht een deel van de Provinciale Staten te kiezen. Bij de grondwet van 1848 werd het ridderschap definitief opgeheven.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Roede:

Amsterdamse roede = 13 voet = 3,68 m
Uitgeestse roede = 14 voet = 4,16 m;
Amsterdamse roede = 16 voet = 4,53 m;
Oude Maten en gewichten

Klik en ga naar boven zijde pagina.

Ruwaard:

Een ruwaard was een vertegenwoordiger van de landsheer, hij was degene die in naam van de landsheer een land of een gewest bestuurde.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Schepenen:

De schepenen waren sinds de Karolingische tijd (rond 500) leden van de rechtbank die het vonnis bepalen, de zo genaamde oordeelvinders. In de steden hadden ze naast de functie in de 'schepenbank' ook een aandeel in het stadsbestuur.
In België zijn de leden van het college van burgermeester en schepenen, dat het dagelijks bestuur van een gemeente vormt, men heeft schepenen voor onderwijs en openbare werken enz.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Schout:

Een schout was in Nederland de rechtsprekend vertegenwoordiger van een landsheer, later stond hij in sommige gewesten onder een hoge rechter, bijvoorbeeld de baljuw. In steden was de schout de voorzitter van de schepenbank, belast met de opsporing van strafbare feiten, de behandeling van een proces en de uitvoering van vonnissen.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Schout-bij-nacht:

Is bij de Nederlandse marine de laagste vlagofficiersrang, gelijk aan generaal-majoor bij het leger. Zijn oorspronkelijke taak was als opperbevelhebber 's nachts in de achterhoede toezich te houden op de vloot, opdat de schepen bijeen bleven.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Soevenrein:

Heerser met een aan geen hoger gezag ondergeschikte macht = vorst
Van geen hoger gezag afhankelijk = oppermachtig


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Soevereiniteit:

Staatsrechtelijk, de hoogste macht in een staat.
Volkenrechtelijk, de onafhankelijkheid van een staat ten opzichte van andere staten.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Stadhouder:

Een stadhouder is oorspronkelijk een plaatsvervanger van de vorst in een bepaald gewest met de bevoegdheden van die vorst.
In Nederland krijgt de titel in 1674 een erfelijke (monarchale) positie, tijdens het stahouderschap van Prins Willem III werd het stadhouderschap erfelijk in de mannelijke linie, sinds 1747 in beide linies.
In 1795 worden de Ridderschappen en daarmee tevens de adel als geheel werden afgeschaft, ook het stadhouderschap wordt afgeschaft. De Bataafse Revolutie stond in het teken van Vooruitgang, Verlichting en de Opmars der Burgerij, en er was geen plaats voor maatschappelijke restanten uit de Middeleeuwen. De nieuwe grondwet van 1814 voorzag in een Soeverein, in herstel van de adel, en in de heroprichting der Ridderschappen. Die zouden tezamen met de steden en de "landelijke stand" de Provinciale Staten kiezen en daarmee indirect ook leden van de Tweede Kamer.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Tienden:

Een oude vorm van belasting, lasten op onroerend goed, bestaande in heffing van het tiende deel van alle opbrengsten. In de Merovingische tijd voerde de kerk een algemene tiendplicht in ten bate van kerken en geestelijken; vele tienden kwamen in wereldlijke handen. In Frankrijk afgeschaft door de Franse Revolutie, in Nederland pas definitief door tiendwet van 1907. Tiendplicht bestaat nog hier en daar nog als kerkbelasting, o.a. bij Amerikaanse sekten en mormonen.

Klik en ga naar boven zijde pagina.

Vazal:

Vazal ook wel Leenheer genoemd. Iemand die zich in de Middeleeuwen onder de bescherming van een machtig heer (meestal Koning of Keizer) gesteld had aan wie hij als tegenprestatie diensten bewees.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Vierschaar:

Zie Hoge Vierschaar.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Wapenschouw:

Monstering van de troepen, inspectie, parade.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Watergeuzen:

Zie geuzen.


Klik en ga naar boven zijde pagina.

Wiel of wielen:

kolk, plas(sen) die na een dijkbreuk of overstroming is/zijn ontstaan.



Klik en ga naar boven zijde pagina.

Home | Namen Index | Mijn Kwartierstaat | Kwartierstaten | Gezinsbladen | Links | Sitemap

Aarts | Broeders | Dumonceau | Haperen | Linden | Loon | Maas | Nispen | Rijen | Swaans | Verheyen


© www.stanmaas.nl | Vernieuwd: 24 June, 2018 | Contact opnemen